Keti Koti

Op de sportschool bij ons in de buurt zijn mijn vrouw en ik een van de weinige witte mensen. Toen ik voor de eerste keer in Zuidoost naar de supermarkt ging, was ik kort daarvoor op reis geweest in Afrika; ik voelde mij meteen thuis. Toen ik vanmiddag uit de stad naar huis fietste, was 80% van de mensen die ik onderweg tegen kwam, donkergekleurd.

In die sportschool hangt een lijstje met dagen waarop ze dicht zijn, onder andere eerste Kerstdag en eerste Paasdag. En op Keti Koti, dat is het feest van de afschaffing van de slavernij. Dit wordt op 1 juli gevierd, vandaag dus. De afgelopen jaren had ik er nooit bewust aan mee gedaan, maar toen ik dat lijstje met die dagen zag, wist ik: dit jaar ben ik erbij.

Op nos.nl las ik vanochtend een indrukwekkend overzicht ‘Witte handel in zwarte mensen’. Het is een bitter verhaal, een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis van de 17e en 18e eeuw. We verscheepten alleen al 600.000 Afrikaanse mensen naar Zuid-Amerika. In 1863 schaften we de slavernij af, als een van de laatste Europese landen.

Vandaag vierden we de 154e verjaardag hiervan. Met toespraken. Met een plengoffer. Met een minuut stilte. Met kransleggingen. Met een groot feest. Ik vond het een grote eer om erbij te mogen zijn. Een witte man tussen zoveel donkere medemensen. Vandaag droom ik van een inclusieve samenleving, waar alle mensen gelijkwaardig zijn. Daar draag ik graag aan bij.