Noodhulp spaart levens en stimuleert zelfredzaamheid

In het voorjaar hield het Christelijk Noodhulpcluster (Dorcas, Red een Kind, Tear, Woord en Daad en ZOA) een publiekscampagne om geld in te zamelen voor de bestrijding van de hongersnood in Oost-Afrika en Jemen. Samen haalden we ruim drie miljoen euro op, ook ontvingen we overheidssubsidies. Ruimhartigheid onder de bevolking ging echter gepaard met veel kritische geluiden. Hulporganisaties zouden corrupte regimes in het zadel houden en te veel geld uitgeven aan logistiek en personeelskosten. Toch zegde begin deze maand de Europese Commissie nog eens zestig miljoen euro toe voor voedselhulp aan Somalië, Ethiopië en Kenia. Heeft al die hulp wel zin? Een begrijpelijke vraag waar wij als Christelijk Noodhulpcluster – nu druk bezig met de besteding van het geld – voluit ‘ja’ op kunnen zeggen. Noodhulp heeft zin.

De afgelopen maanden konden we met alle bijdragen voor de Oost-Afrika-campagne onder andere al tienduizenden mensen in Zuid-Soedan ondersteunen met basisgezondheidszorg: kindervaccinaties, kraam- en verloszorg, medicijnen en eerste hulp. In Ethiopië verstrekten we voedsel, hielpen we bij het aanleggen van regenwaterreservoirs en voorzagen we ruim tweehonderd mensen van een startkapitaal voor een eigen bedrijfje. In Somaliland hielpen we de inwoners van zo’n twintig arme dorpen met voedselondersteuning. Kinderen van 0 – 5 jaar die ondervoed zijn, krijgen er extra voedsel omdat zij het meest kwetsbaar zijn. In Zuid-Soedan en Ethiopië deelden we ook zaden en landbouwgereedschap uit, zodat er hopelijk de komende maanden weer iets van een oogst zal zijn.

Onze noodhulp is gericht op het redden van levens en daarbij focussen we ook altijd op de lange termijn. In de media klonken de afgelopen maanden geluiden dat hulporganisaties in een land als Zuid-Soedan uitgegroeid zouden zijn tot een soort van parallelle staat. Doordat zij overheidstaken uitvoeren als gezondheidszorg en onderwijs, werken ze een afwachtende overheid in de hand. Die redenering is niet logisch. Punt is dat we in sommige landen te maken hebben met een overheid die eenvoudigweg afwezig is of in elk geval faalt in het nemen van verantwoordelijkheid. Als zelfs de eigen burgers stelselmatig slachtoffer zijn van oorlogsmisdaden van het leger en de milities, is het een illusie om te denken dat een overheid op korte termijn zelf de hulpverlening op zich neemt. Bovendien is de droogte waar landen in deze regio mee te maken krijgen zo extreem ontwrichtend, dat ook landen in West-Europa grote moeite zouden hebben om daar zelfstandig het hoofd aan te bieden. Wij vinden dat we de getroffen bevolking niet aan hun lot mogen overlaten.

In het geven van noodhulp werken we niet op eigen houtje, maar sluiten we aan bij wat lokale partnerorganisaties, lokale medewerkers en kerken al aan het doen zijn. We ondersteunen de programma’s via deze organisaties en het geld wordt zonder inmenging of tussenkomst van overheden besteed. Ook stemmen we af met de Verenigde Naties en andere hulporganisaties. Hierdoor is de hulp in het land geborgd, efficiënt en worden de gelden zorgvuldig besteed. De overheadkosten zo laag mogelijk houden is altijd ons streven. In moeilijk begaanbare gebieden moeten we soms serieuze kosten maken om mensen überhaupt te kunnen bereiken. Als de weg niet begaanbaar is of te onveilig, zijn we al snel aangewezen op transport per vliegtuig. Dat maakt de hulp duur. Door goed te plannen en bijvoorbeeld voor het regenseizoen begint hulpgoederen te vervoeren, houden we de uitgaven zoveel mogelijk binnen de perken.

Nieuwe werkwijzen helpen daar ook bij. Kritisch werd, door onder andere de NOS, verslag gedaan van het uitdelen van geld in Zuid-Soedan. Wij vinden dat juist het verstrekken van financiële toelages een effectieve manier van helpen is. Naast dat het mensen waardigheid geeft als ze zelf kunnen beslissen over wat ze nodig hebben, stimuleer je de lokale economie met het uitdelen van geld en beperk je de logistieke kosten. Als er nog een markt is kunnen mensen immers zelf eten kopen in plaats van dat hulporganisaties voedselpakketten invliegen. Inzet van geldelijke toelage gebeurt uiteraard alleen als er voldoende goederen op de lokale markt beschikbaar zijn. Dat onderzoeken we altijd vooraf. Het uitdelen van geld doen we alleen tijdelijk. We proberen in te schatten hoeveel tijd we moeten overbruggen tot iemand weer zelfstandig is, bijvoorbeeld tot iemand weer kan oogsten. Vaak delen we naast een geldbedrag en eerste hulp daarom ook zaden en gereedschappen uit.

Noodhulp in Oost-Afrika is complex en niet onomstreden. Als Christelijk Noodhulpcluster menen wij zeker een rol van betekenis te hebben. Zolang we de mogelijkheid hebben om mensen te redden van de hongersnood, zetten we ons daarvoor met hart en ziel in. Samen met tienduizenden mensen die zich aan ons verbonden voelen en gul hebben gegeven. Daarbij werken we zoveel mogelijk samen met lokale partnerorganisaties en lokale medewerkers en zijn we in alles gericht op een toekomst waarin mensen zichzelf weer kunnen redden. Ja, noodhulp heeft zin.

Dit artikel is een co-creatie van Siebrand Wierda (Dorcas), Anki van Bruggen (Red een Kind), Suzanna Blackmore (Tear), Corjan Rink (Woord en Daad), Tineke Koelewijn (ZOA). Het werd gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad van 28 juli 2017.
Foto: Zuid-Sudanese vrouwen dragen zakken met voedsel dat door een hulporganisatie is verstrekt. Beeld AFP, Albert Gonzalez Farran.