Ik ben zelf slachtoffer, maar ik wil verandering brengen!

Eden, een jonge Eritrese vrouw van 28 jaar, woont met haar man Mikias (32) en haar zoon Neftalem (10) als vluchteling in Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. In deze miljoenenstad zoeken duizenden jonge Eritrese vluchtelingen hun toevlucht. De Ethiopische overheid staat hen toe de vluchtelingenkampen achter zich te laten, mits ze een sponsor hebben die in hun levensonderhoud kan voorzien. De vluchtelingen komen terecht aan de rafelranden van de stad. In hun kleurrijke huurhuisje brandt Eden koffiebonen. ’Wij zijn al weer negen jaar geleden gevlucht naar Ethiopië. De situatie in Eritrea is sindsdien niet veranderd. Iedereen vanaf 17 jaar wordt gedwongen om in het leger te gaan. De vrouwen ook. Als je kinderen hebt, hoef je niet het leger in, daarom trouwen veel meiden al op jonge leeftijd. Ook ik ben daarom getrouwd. Alleen red je het gewoon niet.’

Mikias: ‘Ik kwam in Eritrea terecht tijdens de oorlog tussen Eritrea en Ethiopië, in 1998. Ik ben Eritreeër, maar ben opgegroeid in Addis en heb hier familie. Tijdens de oorlog werden veel Eritreeërs uitgewezen naar Eritrea. In Eritrea is geen vrijheid: je kunt niet kiezen welk onderwijs je wilt volgen, welke baan je wilt. Ik besloot te vluchten toen de Eritrese overheid had aangekondigd dat alle internationale hulporganisaties het land moesten verlaten. Ik werkte voor een internationale organisatie en ben daarom gevlucht.’ Zo wagen iedere nacht tientallen jonge Eritreeërs de oversteek over de grens. Wanneer vluchtelingen worden gepakt door Eritrese grenswachten lopen ze het risico te worden opgepakt, gegijzeld of doodgeschoten. De achterblijvers worden onder druk gezet door de overheid en belanden soms in de gevangenis.

Eden: ‘Toen Mikias was gevlucht, kwamen soldaten bij mij verhaal halen. Ik ben hem toen achterna gegaan. Met ons zoontje van zes maanden moest ik tussen de linies door. Het was verschrikkelijk, ik was zo bang. Toen we de grens over waren, werd ik samen met Mikias en ons zoontje opgevangen in het vluchtelingenkamp Shimelba. Het was een heel moeilijke tijd. In 2006 waren er maar weinig vrouwen in het kamp. Uiteindelijk hebben we er één jaar gewoond. Het was er niet veilig. Mikias is er in elkaar geslagen, en ook ik werd aangevallen en in elkaar geslagen in ons huis. Dat overkwam trouwens niet alleen ons. Er waren verkrachtingen, steekpartijen. De man die mij aanviel, was net gearriveerd. Hij was zo gefrustreerd. We weten niet waarom hij me aanviel.’

Eden, Mikias en Neftalem mochten zich vestigen in Addis Abeba, omdat ze in het kamp niet veilig waren. Hoe bouw je als vluchteling een toekomst op in deze situatie? Mikias haalt zijn schouders op en neemt een slok koffie: ‘Het belangrijkste wat we hier zochten was vrede. Dat hebben we gevonden. Maar nu ben ik op zoek naar mogelijkheden. Ik help af en toe wat vrienden die een garage hebben. Daar kan ik wat bijverdienen. Verder bestaat het leven hier uit wachten. Daarom gaan veel mannen richting Europa. De mensen die vertrekken, moeten veel geld betalen aan mensensmokkelaars. Ze denken dat ze dan naar Europa worden gebracht. Maar ze brengen je niet verder dan Sudan, dan moet je weer geld bijbetalen. Telkens moet je geld bijleggen om verder te komen. En als je eenmaal aan je reis bent begonnen, kun je niet meer terug.’ Eden vertelt over de situatie van vrouwen die achterblijven: ‘Ik schat dat de helft van de Eritrese vrouwen in Addis zich zonder hun man moet redden. Vaak hebben ze jonge kinderen. Soms wagen zij ook een poging om naar Europa te gaan, andere vrouwen komen terecht in de prostitutie. Deze vrouwen zijn heel kwetsbaar.’

Tienduizenden Eritreeërs hebben inmiddels de wijk genomen naar Europa. De droom van Eden en Mikais ligt echter in Eritrea. Het liefst zouden ze samen teruggaan en daar een toekomst opbouwen. De oplossingen voor de problemen in Eritrea liggen echter niet voor het oprapen. Mikias vertelt: ‘Mijn broers zijn nu soldaten in het Eritrese leger, zij zijn ‘de vijand’. Dat ik tegen Eritrea de wapens zou opnemen, is voor mij daarom geen optie. De oplossing is uiteindelijk aan de mensen zelf, we moeten niet verwachten dat de oplossing van buiten zal komen. Ik zou willen dat de verandering in Eritrea op een democratische manier plaatsvindt. Ik kan alleen maar bidden voor verandering.’ Eden klinkt resoluut: ‘Er zijn vredesbewegingen in de diaspora, ook hier in Addis. We schrijven bijvoorbeeld pamfletten en demonstreren bij de VN. Ik moest zelf al jong trouwen, ik weet hoe het is om in een kamp te zitten, vrienden van me zijn verdronken in de Middellandse Zee. Ik ben zelf slachtoffer, maar ik wil verandering brengen!’

In 2015 gaf ik leiding aan de afdeling Fondsenwerving en Voorlichting van ZOA, een internationale organisatie voor hulp aan mensen die getroffen zijn door een gewapend conflict of natuurramp. Samen met ZOA-collega’s Henrieke Buit en Nathalie Eilander bracht ik een werkbezoek aan Ethiopië. Deze blog is de derde in een serie van vier en werd op 28 december 2015 gepubliceerd in het Reformatorisch Dagblad.

Tekst: Henrieke Buit, ZOA-Nederland
Foto: Geke Kieft, ZOA-Ethiopië